Skip to content

Signaleringswaarden voor mogelijk bovenmatig publiek eigen vermogen

Op 29 juni 2020 heeft het Ministerie van OCW een brief over het onderwerp ‘Signaleringswaarden voor mogelijk bovenmatig publiek eigen vermogen van onderwijsinstellingen’ naar de Tweede kamer gestuurd. Deze brief is door de sectororganisaties op hun website gezet.

Groenendijk ontvangt inmiddels regelmatig vragen over deze brief. In de brief wordt een nieuwe signaleringswaarde geïntroduceerd, te weten het normatieve publieke eigen vermogen. Dit is het vermogen dat een bestuur redelijkerwijs aan eigen vermogen nodig heeft om bezittingen te financieren en risico’s op te vangen. Deze signaleringswaarde is voor alle sectoren gelijk.

Het geruststellende is dat OCW zelf aangeeft dat het niet om een norm gaat, maar om een startpunt van een gesprek. Is het eigen vermogen van uw organisatie hoger dan het normatieve eigen vermogen, dan zal de Inspectie bij een goede onderbouwing voor de hoge reserves nagaan of en hoe u dit geld uiteindelijk besteedt. Ontbreekt een goede onderbouwing, dan zal de Inspectie u vragen hoe u het eigen vermogen gaat afbouwen. Zij zullen dan ook volgen of dit daadwerkelijk gebeurt. Voorlopig zal de Inspectie alleen met u in gesprek gaan als het eigen vermogen boven de signaleringswaarde uitkomt.

Het is wel goed te benadrukken dat het om een relatief kleine groep besturen gaat die zorgt voor een groot deel van de overschrijding van de signaleringswaarde. Verder heeft men geconstateerd dat een groot deel van de Samenwerkingsverbanden een vermogen heeft dat mogelijk bovenmatig is. Het aantal is min of meer stabiel, maar het bedrag neemt wel toe.

Vanaf verslagjaar 2020 moeten besturen zich over de hoogte van de reserves (eigen vermogen) verantwoorden in het jaarverslag. Dit gebeurt aan de hand van de signaleringwaarde. Alleen indien de reserves hoger zijn dan de signaleringswaarde dient u tekst en uitleg te geven. Het betreft overigens alleen de publieke reserves, de private reserves kunt u buiten beschouwing laten.

Hoe deze verantwoording er precies uit gaat zien en waar deze moet worden verantwoord (bestuursverslag en/of jaarrekening) is nog niet bekend. Wij zullen dit ook met de accountants overleggen en u hierover tijdig informeren.

Het doel hiervan is dat u scherper gaat begroten, eventueel negatief, om de te hoge reserves af te bouwen. In de meerjarenbegroting kunt u laten zien voor welke investeringen u de reserves aanhoudt en wanneer deze gepland zijn. Op deze manier kan de Inspectie zien dat u de reserves inzet.

Besturen krijgen de tijd om de bovenmatige reserves af te bouwen. Vooralsnog gaat men ervan uit dat dit op basis van afspraken gaat. Gebeurt dit niet, dan zal de Inspectie vanaf 2024 (over boekjaar 2023) gaan handhaven.

De PO-Raad en de VO-raad ontwikkelen gezamenlijk een benchmark. Hiermee faciliteren zij de verdere versterking van de verantwoording over kwaliteit en doelmatig gebruik van de middelen. Hierover zal in de komende periode nadere informatie volgen.

Hoe berekent u het normatieve publiek eigen vermogen?

Hiervoor is een formule ontwikkeld, deze luidt:

(0,5 * aanschafwaarde gebouwen * 1,27) + (boekwaarde resterende materiële vaste activa) + (omvangafhankelijke rekenfactor * totale baten).

Voor we een voorbeeld geven, eerst een toelichting op de omvangafhankelijke rekenfactor, oftewel de risicobuffer:

  • 0,05 voor besturen met totale baten van € 12 miljoen en hoger;
  • zijn de totale baten lager dan € 12 miljoen, maar minimaal € 3 miljoen, dan geldt een geleidelijk oplopende van 0,1 tot 0,05. Dus 0,1 bij € 3 miljoen en 0,05 bij € 11,99 miljoen. Deze loopt lineair op;
  • voor besturen met totale baten minder dan € 3 miljoen geldt een vaste risicobuffer van € 300.000.

Voor samenwerkingsverbanden geldt een risicobuffer van 0,035 * totale bruto baten met een minimum van € 250.000.

Voorbeeld

Wij zullen de ontwikkelingen volgen en hier in onze brief bij de begroting 2021 en later voor de jaarrekening 2020 nog op terugkomen.

Het Ministerie zal binnenkort met een richtlijn komen over de verwerking van de voorziening groot onderhoud. Indien deze richtlijn luidt dat de componentenmethode dient te worden toegepast, dan zal dat forse verschuivingen van Eigen Vermogen naar voorzieningen (dus vreemd vermogen) tot gevolg hebben. Waarschijnlijk zal de impact van deze nieuwe signaleringswaarde niet al te groot zijn. Wordt vervolgd.

Deel dit artikel
Share on linkedin
Share on facebook
Share on twitter
Share on email
Print
Doorpraten over dit artikel?
Bel met Stephan.
Wellicht vind je dit ook interessant