› Vooraf ingevulde aangifte niet altijd volledig gevuld

Vooraf ingevulde aangifte niet altijd volledig gevuld

Gebleken is dat de vooraf ingevulde aangifte (VIA) niet altijd volledig door de Belastingdienst wordt gevuld. Deze situatie doet zich met name voor wanneer u aan een medewerker meer dan één jaaropgave over 2018 heeft verstrekt en het gezamenlijke loon op deze jaaropgaven hoger is dan € 33.112.

Wanneer u meerdere jaaropgaven aan een medewerker hebt verstrekt en op één (of meerdere) van deze jaaropgaven is sprake van een negatieve arbeidskorting, dan zijn de gegevens van deze jaaropgave door de Belastingdienst niet opgenomen in de VIA. Dit ondanks het feit dat de arbeidskorting correct is berekend en aan de Belastingdienst is doorgegeven.

Het is daarom noodzakelijk dat medewerkers die meerdere jaaropgaven van u hebben ontvangen, controleren of alle door u verstrekte jaaropgaven in de VIA zijn opgenomen.

Omdat het invullen van een negatieve arbeidskorting in de aangifte IB niet mogelijk is, moeten, wanneer er sprake is van een jaaropgave met negatieve arbeidskorting, de jaaropgaven bij elkaar worden geteld en als één jaaropgave in de aangifte IB worden opgegeven. Voor alle duidelijkheid, dit is alleen toegestaan als er sprake is van een jaaropgave met een negatieve arbeidskorting.

Is er geen sprake van een negatieve arbeidskorting, dan zullen uw medewerkers eventueel ontbrekende jaaropgave(n) handmatig in de aangifte IB moeten toevoegen.

Aanvullende informatie over hoe negatieve arbeidskorting kan ontstaan

In het Nederlands belastingsysteem wordt over het inkomen loonheffing betaald. In deze loonheffing zit onder andere de  arbeidskorting verwerkt. Tot een jaarinkomen inkomen van € 20.450 (2018) wordt deze korting steeds hoger. Vanaf een jaarinkomen van € 33.112 wordt de korting echter weer afgebouwd. De totale arbeidskorting op  de gezamenlijke jaaropgaven gezamenlijk van uw medewerker is altijd  € 0 of hoger.

Wanneer een medewerker meerdere dienstverbanden bij u  heeft wordt de loonheffing, en daarmee de arbeidskorting, per dienstverband berekend. Dat gebeurt door het inkomen van het eerste dienstverband te nemen en hierover de arbeidskorting te berekenen. Dit  bedrag  staat op de jaaropgave van het eerste dienstverband. Het bedrag aan arbeidskorting is daar altijd € 0 of hoger. Vervolgens wordt het inkomen van het tweede dienstverband bij het eerste opgeteld. Er wordt arbeidskorting over het totale inkomen van beide dienstverbanden berekend en daar wordt de arbeidskorting van het eerste dienstverband van afgetrokken. Dit vormt de arbeidskorting over het tweede dienstverband. Hier kan de arbeidskorting wel negatief zijn.

Voorbeeld
Op het eerste dienstverband heeft uw medewerker € 33.112 verdiend. Op dit dienstverband krijgt uw medewerker de maximale arbeidskorting. Er is namelijk volledige opbouw, maar geen afbouw.

Op het tweede dienstverband heeft uw medewerker € 10.000 verdiend. Op dit dienstverband vindt geen opbouw arbeidskorting meer plaats, maar alleen afbouw. Dit gebeurt omdat dit inkomen wordt geteld bovenop het inkomen van het eerste dienstverband. Hierdoor ontstaat een negatieve arbeidskorting op dit tweede dienstverband.

Bron: Raet.