› PO - Meer geld voor zijinstromers

PO - Meer geld voor zijinstromers

Minister Slob en minister Van Engelshoven spraken op 11 oktober 2018 tijdens een algemeen overleg in de Tweede Kamer onder meer over de aanpak van het lerarentekort in de regio’s en over de grote belangstelling voor de Regeling zijinstroom. Dit jaar zijn veel meer aanvragen voor het zijinstroomtraject gedaan dan verwacht. Vooral in het primair onderwijs en het middelbaar beroepsonderwijs is het aantal aanvragen sterk gestegen. De ministers kondigden aan dat in 2018 €4 miljoen extra beschikbaar wordt gesteld voor zijinstroom in het primair onderwijs en €1,8 miljoen extra voor zijinstroom in het mbo. Ook in 2019 wordt extra geld uitgetrokken voor zijinstromers.

Kwaliteit zijinstromers
Ook de kwaliteit van instroomtrajecten is besproken. Zijinstromers kunnen direct voor de klas. De bewindslieden vinden het belangrijk dat de kwaliteit van deze instromers wordt geborgd. Dit gebeurt onder meer doordat zijinstromers al een diploma moeten hebben op hbo-niveau. Ook moeten ze een geschiktheidsonderzoek doorlopen, waarin wordt beoordeeld of zij direct voor de klas kunnen. Op dit moment hebben de ministers nog geen signalen ontvangen, waaruit blijkt dat de kwaliteit van trajecten als het zijinstroomtraject onvoldoende is. Zij vinden dit echter wel iets om continu in de gaten te houden.

Aanpak in de regio
Omdat de arbeidsmarkt in het onderwijs verschilt per regio en regio’s onderling sterk kunnen verschillen, willen de ministers een regionale aanpak van het lerarentekort ondersteunen. Het ministerie van OCW zal daarom financiële ondersteuning bieden aan plannen van partijen in een regio om het lerarentekort terug te dringen. In eerste instantie ligt het accent op de vier grootste gemeenten in Nederland (Utrecht, Amsterdam, Rotterdam en Den Haag). Ook andere regio’s kunnen aanspraak maken op financiële ondersteuning.

Landelijke tafel
Om de samenwerking tussen regio’s te bevorderen en belemmeringen waar regio’s tegenaan lopen waar mogelijk weg te nemen, wordt tevens een landelijke tafel ingericht. Deze tafel is bedoeld om praktische vragen te delen, waarop binnen de regio geen antwoord kan worden gegeven. Denk daarbij aan vragen over (het aanpassen van) wettelijke kaders. Bij dit overleg kunnen partijen aansluiten die een rol kunnen spelen bij het oplossen van de vraagstukken, zoals sector- en vakorganisaties, gemeenten, UWV en bedrijven.

Bron: Rijksoverheid.