Een persoonlijk gesprek met een ABP-adviseur

Mogelijk heeft u (of uw werknemer) vragen over de individuele pensioensituatie, waarde-overdracht, arbeidsongeschiktheid, overlijden of pensioen na scheiding.

Hierbij kunt u gebruikmaken van het pensioenoverzicht van ABP, of MijnABP op www.abp.nl.

Mogelijk dat u (daarnaast) een persoonlijk gesprek wenst met een pensioenspecialist van ABP die uw persoonlijke pensioensituatie met u kan doornemen.

Groenendijk Onderwijsadministratie organiseert in samenwerking met ABP met regelmaat pensioenspreekuren.

Voor onze locatie in Beverwijk is er een spreekuur op dinsdag 21 januari en dinsdag 7 april 2020.
Voor onze locatie in Sliedrecht is er een spreekuur gepland op woensdag 4 maart 2020.

U kunt zich aanmelden via https://www.groenendijk.nl/dienstverlening/advies__beleid/abp_spreekuur.

Winnaars BRAVO Bestuursbokaal 2019 bekend

Voila te Leusden (PO) en CSG Reggesteyn te Nijverdal (VO) zijn uitgeroepen tot de winnaars van de BRAVO Bestuursbokaal 2019 in het Primair Onderwijs respectievelijk Voortgezet Onderwijs. Dit is de prijs die Branchevereniging voor onderwijsbedrijfsvoering (kortgezegd: BRAVO) dit jaar uitreikte aan scholen die het Beste Bestuursverslag in het PO respectievelijk VO kunnen voorleggen.

Tijdens een feestelijke bijeenkomst op maandag 25 november 2019 werden de winnaars door de juryvoorzitter, de heer B. Vogels (Wijs Accountants), bekendgemaakt en ontvingen zij uit handen van de voorzitter van Branchevereniging BRAVO, de heer B.L. Groenendijk, de Bestuursbokaal voor het Beste Bestuursverslag 2018.

 

 

 

 

 

 

Lees hier jaarverslag van Voila. Het jaarverslag van CSG Reggesteyn kunt u hier lezen.

Pensioenpremie ABP 2020

De premie die werkgevers en werknemers voor het pensioen betalen, stijgt in 2020 licht. Het totale premiepercentage stijgt met 0,4%-punt. De premies worden door werkgevers (70%) en werknemers (30%) samen betaald.

De premie voor het ouderdoms- en nabestaandenpensioen blijft op hetzelfde niveau als in 2019: 24,9%. De sectorale premie voor het arbeidsongeschiktheidspensioen (AOP) stijgt met gemiddeld 0,4%-punt naar 0,82%. Dit is nodig, want de kans op arbeidsongeschiktheid neemt met name op hogere leeftijd toe. Bekijk hier de premies in de premietabel.

De premie stijgt waarschijnlijk fors in 2021
Pensioenen worden door de economische ontwikkelingen steeds duurder. De verwachting is dat de rente en de beleggingsopbrengsten laag blijven, waardoor er vanaf 2021 meer premie nodig is om de pensioenen te kunnen financieren. Om de premiestijging te beperken, kan ook het opbouwpercentage in de regeling worden verlaagd. Dat betekent dat werknemers minder pensioen gaan opbouwen. Het is aan sociale partners om hierover een besluit te nemen.

Kans op verlaging in 2020 is aanzienlijk afgenomen
Deze week besloot minister Koolmees voor de duur van een jaar de rekenregels te versoepelen. Hierdoor is de kans op verlaging van de pensioenen in 2020 aanzienlijk afgenomen. De minister heeft de ondergrens voor de dekkingsgraad, waarbij ABP de pensioenen moet verlagen, bijgesteld naar 90%. Op 31 oktober 2019 was de dekkingsgraad van ABP 93,2%. Dat is positief nieuws. Maar uiteindelijk is de dekkingsgraad op 31 december 2019 bepalend. Is die hoger dan 90%, dan is een verlaging van de pensioenen niet nodig. Voor de jaren na 2020 blijven verlagingen dreigen.

Bron: ABP.

Nieuwe reglementen VF en PF per 1-1-2020 bekend

Op 1 januari 2020 treedt de Wet normalisering rechtspositie ambtenaren (Wnra) in werking. Welke gevolgen dit heeft voor het reglement van het Participatiefonds leest u hier.

In het nieuwe reglement van het Vervangingsfonds zijn geen inhoudelijke wijzigingen.

U kunt de nieuwe reglementen hier downloaden.

Bron: www.vfpf.nl.

Brochure Centrale Eindtoets 2020

Het College voor Toetsen en Examens heeft onlangs naar alle scholen voor primair onderwijs en speciaal primair onderwijs de brochure ‘Centrale Eindtoets 2020’ gestuurd.

Mocht u deze brochure niet ontvangen hebben, dan kunt u deze hier digitaal inzien.

Bron: www.centraleeindtoetspo.nl.

PO – Premies Vervangingsfonds en Participatiefonds 2020 bekend

De premies van het Vervangingsfonds en Participatiefonds voor het komende kalenderjaar zijn vastgesteld.

DoelgroepBasispremieOpslag BGZSolidariteitspremieTOTAAL
Premie VF6,00%0,10%6,10%
Volledig ERD0,10%0,05%0,15%
ERD WD143,65%0,10%0,05%3,80%
ERD WD423,05%0,10%0,05%3,20%
ERD SL800,65%0,10%0,05%0,80%
ERD SL1000,35%0,10%0,05%0,50%
Premie PF4,20%

Premie Vervangingsfonds
De premie van het Vervangingsfonds is nagenoeg gelijk gebleven aan 2019. Dit komt doordat het afgelopen jaar het gemiddelde verzuimpercentage in de onderwijssector ook ongeveer gelijk is gebleven. De intensivering van de dienstverlening van het Vervangingsfonds op het gebied van bedrijfsgezondheidszorg wordt deels uitgevoerd met bestaande middelen. Hierdoor kan de opslag BGZ met 0,05% worden verlaagd. De solidariteitspremie wordt verlaagd met 0,02%.

Premie Participatiefonds
De premie van het Participatiefonds is iets gestegen ten opzichte van vorig jaar. Het aantal instromers in de WW is nagenoeg gelijk gebleven. De gemiddelde kosten zijn echter hoger en ook de gemiddelde uitkeringsduur is langer. Deze trend was vorig jaar al zichtbaar, maar kon toen worden opgevangen uit het overschot aan eigen vermogen van het Participatiefonds.

Bron: www.vfpf.nl.

PO – Materiële bekostiging 2020

De rijksvergoeding voor de materiële instandhouding van de scholen in het basisonderwijs, speciaal onderwijs en voortgezet speciaal onderwijs en samenwerkingsverbanden po en vo is gepubliceerd.

De bedragen van de bekostiging voor de materiële instandhouding is bijgesteld aan de hand van de werkelijke prijsontwikkeling 2018, zoals gepubliceerd in het Centraal Economisch Plan 2019, de geactualiseerde prijsontwikkeling in 2019 en de verwachte prijsontwikkeling in 2020, zoals gepubliceerd in de Macro Economische Verkenning 2020. Dit heeft voor 2020 geresulteerd in een verhoging van 1,60% ten opzichte van de bedragen voor de materiële instandhouding 2019.

De afzonderlijke bedragen van de programma’s van eisen zijn gepubliceerd in de Staatscourant van 9 oktober 2019.

PO – Modernisering Participatiefonds

Het onderwijs is eigenrisicodrager voor de werkloosheid en middels de premie die schoolbesturen aan het Participatiefonds (Pf) betalen worden de werkloosheidskosten collectief gedragen, mits is voldaan aan de complexe regelgeving van het Pf met navenante administratieve lasten.

Het Pf is bezig met het hervormen en verbeteren van de dienstverlening. Zij noemen dit de modernisering PF.

In overleg met OCW is besloten de oorspronkelijke streefdatum van de invoering van die modernisering te verschuiven van 1 augustus 2020 naar 1 januari 2021. Deze extra tijd is nodig om de zorgvuldigheid van het wetgevingstraject (aanpassingen in Wet PO en WEC) en de kwaliteit van onze dienstverlening te kunnen borgen.

Eén van de maatregelen die het Pf zelf inmiddels in gang heeft gezet is het vernieuwen van de re-integratieaanpak. Zij begeleiden uitkeringsgerechtigden op individueel niveau en bemiddelen bij vacatures in de regio. Daardoor helpen zij hen sneller aan een passende baan (binnen of buiten de sector), zodat de werkloosheidslasten omlaag gaan.

Daarnaast is het PF bezig met de opdracht om een nieuwe, eenvoudigere systematiek in te voeren voor het vergoeden van werkloosheidskosten. Hiermee kunnen de kosten ook eerlijker worden verdeeld.
Uitgangspunten bij de modernisering zijn:
– meer inzetten op het voorkomen van werkloosheidskosten;
– werkloosheidskosten beperken door inbouwen financiële prikkel;
– betere voorspelbaarheid in te verwachten vergoeding van werkloosheidskosten;
– vermindering van administratieve last.

Het zo vroeg mogelijk ingrijpen bij een dreigend ontslag wordt hiermee gestimuleerd. Dit vraagt van sommige schoolbesturen een andere benadering van hun personeelsbeleid en extra aandacht voor duurzame inzetbaarheid en van-werk-naar-werktrajecten.

De stap naar een andere baan is veelal gemakkelijker vanuit een werksituatie. Het Pf biedt straks ondersteuning om expertise in te schakelen en schoolbesturen op deze manier te helpen dit in hun organisatie te realiseren.

Ieder schoolbestuur heeft de verantwoordelijkheid om de eigen werkloosheidskosten beperkt te houden. Is ontslag toetsbaar onvermijdbaar, dan worden de kosten grotendeels vergoed door het Pf.

Na de modernisering betaalt het schoolbestuur altijd een eigen bijdrage in geval van een ontslag.

Standaard betaalt een schoolbestuur een eigen bijdrage van 50% van de werkloosheidskosten en wordt 50% vergoed vanuit het fonds. Dit geldt bij elk ontslag (einde dienstverband) dat tot werkloosheidskosten leidt. Een schoolbestuur hoeft hier verder geen vergoedingsverzoek voor in te dienen!

Voldoet het ontslag aan een van de beëindigingsgronden in het reglement en voldoet het schoolbestuur aan de inspanningsverplichting om het ontslag te voorkomen? Dan kan de werkgever een verzoek indienen om de eigen bijdrage te verlagen tot 10%.

Er gelden straks 5 ontslagsituaties waarbij een schoolbestuur in aanmerking kan komen voor een verlaging van de eigen bijdrage van 50% naar 10%:
1. ontslag via kantonrechter op persoonlijke gronden
2. ontslag via UWV op bedrijfseconomische gronden of in verband met ziekte
3. niet verlengen van een tijdelijk contract voor vervanging
4. beëindiging dienstverband d.m.v. een vaststellingsovereenkomst vanwege bedrijfseconomische noodzaak
5. beëindiging dienstverband op verzoek werknemer met recht op uitkering (bijv. omdat partner voor werk moet verhuizen door reorganisatie).

Als werkloosheidskosten aantoonbaar niet te voorkomen zijn, vergoedt het Pf dus 90% van de kosten en betaalt het schoolbestuur 10%.

Valt een beëindiging van het dienstverband niet onder bovengenoemde gronden, bijvoorbeeld een vaststellingsovereenkomst zonder bedrijfseconomische gronden, dan is de vergoeding vanuit het fonds altijd 50% en betaalt de werkgever 50% eigen bijdrage. Ook bij het aflopen van tijdelijke contracten anders dan voor vervanging geldt een standaardvergoeding van 50% en dus een eigen bijdrage van 50%. Daar hoeft de werkgever dan ook geen vergoedingsverzoek voor in te dienen.

Er zijn een aantal ‘uitzonderingsgevallen’ die nog moeten worden meegenomen bij het uitwerken van het nieuwe reglement. De verwachting is dat hier eind 2019 meer duidelijkheid over zal zijn.

Wanneer een bestuur een vergoedingsverzoek indient, wordt ook na de modernisering de inspanningsverplichting vereist dat het bestuur externe ondersteuning ter verkrijging van een andere werkkring (bijvoorbeeld outplacement) heeft aangeboden. De bedragen die hier nu voor gelden zullen vanaf de modernisering anders worden berekend. De precieze invulling van de inspanningsverplichting en de bijbehorende bedragen wordt op dit moment nog nader uitgewerkt.

Er komt voor de modernisering geen overgangsregeling. Uitgangspunt van het reglement is en blijft dat dit gekoppeld is aan de ontslagdatum. Ligt een ontslagdatum vóór 1 januari 2021, dan geldt het reglement dat op dat moment van kracht is. Ligt een ontslagdatum op of na 1 januari 2021, dan geldt het nieuwe reglement. Dit wil dus ook zeggen dat vergoedingsverzoeken op basis van de oude reglementen en de daaruit voortkomende beslissingen in stand blijven. Is eenmaal een vergoedingsverzoek toegekend op basis van de oude regels, dan zal de hoogte van de vergoeding dus niet wijzigen als gevolg van de modernisering.

Uiteindelijk kan de premie die een bestuur aan het Pf betaalt dalen. Dit zal echter niet direct met ingang van 1 januari 2021 gebeuren. De beschikkingen van voor 1 januari 2021 blijven gehandhaafd; de huidige populatie van werkloosheidsuitkeringen blijft voor de volledige vergoeding in aanmerking komen. Pas als deze populatie afneemt en de toekomstige populatie (vallend onder de nieuwe systematiek) in verhouding verschuift zal een premiedaling van toepassing worden. De premie wordt immers kostendekkend vastgesteld.

PO – Aanvragen ERD en financiële varianten VF uiterlijk 31-10-2019

Wilt u met ingang van 1 januari 2020 eigenrisicodrager (ERD) worden voor de vervangingskosten? Zorg dan dat het aanvraagformulier voor ERD-schap en de instemmingsverklaring van de P(G)MR uiterlijk op 31 oktober 2019 door het Vervangingsfonds ontvangen zijn.

Bent u eigenrisicodrager of wordt u dit per 1 januari 2020? Dan kunt u kiezen voor één van de vier financiële varianten. Hiermee kunt u de kosten voor vervanging gedeeltelijk afdekken. Het beperkt uw risico op onverwacht hoge en/of extra kosten. De aanvraag voor (of wijziging van) een financiële variant moet uiterlijk op 31 oktober 2019 door het Vervangingsfonds ontvangen zijn. Gebruik hiervoor het aanvraagformulier. De gekozen variant gaat dan in per 1 januari 2020.

Wanneer u eigenrisicodrager wordt en/of er een wijziging optreedt aangaande herverzekering, verzoeken wij u dit tijdig door te geven aan uw contactpersoon van de personeels- en salarisadministratie.

Bron: Vervangingsfonds.

Subsidie vrijroosteren leraren 2019-2020 en 2020-2021

Net als in de schooljaren 2017-2018 en 2018-2019 is er ook voor 2019-2020 en 2020-2021 subsidie beschikbaar voor het vrijroosteren van leraren.

De subsidie is bedoeld voor de professionalisering van leraren en het gericht ondersteunen van achterstandsleerlingen. Met de subsidie kunnen leraren twee jaar vrij worden geroosterd voor deelname aan coachingsactiviteiten en voor intensieve begeleiding van leerlingen.

Er kan ook subsidie worden aangevraagd voor onderwijsontwikkeling en -innovatie voor achterstandsleerlingen. De subsidie is voor de vervanging van leraren en de eventuele inhuur van een externe coach.

Hoogte van subsidie
Er is een budget van € 5.816.000 beschikbaar voor de schooljaren 2019-2020 en 2020-2021. De subsidie is maximaal € 290.800 per bevoegd gezag voor twee schooljaren.

Voorwaarden
De subsidie kan worden aangevraagd door bevoegde gezagen in het primair en voortgezet onderwijs. Van een bevoegd gezag mogen leraren van meerdere scholen deelnemen aan de activiteiten. Ten minste één van de scholen moet in dat geval een school met veel achterstandsleerlingen zijn.

– Primair onderwijs: vestigingen waar de achterstandsscore, bedoeld in artikel 27 van het Besluit bekostigingen WPO, gedeeld door het aantal leerlingen groter of gelijk is aan 2,5 (teldatum 1 oktober 2018).
– Voortgezet onderwijs: vestigingen die voor de regeling leerplusarrangement vo in aanmerking komen. Hier geldt als extra criterium een ondergrens van apc-leerlingen van dertig procent per vestiging.

De subsidie wordt in ieder geval besteed aan het gedurende twee jaar vrijroosteren van leraren voor:

– deelname aan coachingsactiviteiten;
– intensieve begeleiding van leerlingen.

Aanvullend kan maximaal 20% van de subsidie worden besteed aan activiteiten die gericht zijn op onderwijsontwikkeling en -innovatie voor achterstandsleerlingen.

Een bevoegd gezag dat deze subsidie al heeft ontvangen voor de periode 2017-2019 kan niet opnieuw een aanvraag doen.

Subsidie aanvragen
De aanvraagperiode voor de subsidie loopt van 17 juni tot en met 15 september 2019.

Subsidie aanvragen

Bij uw aanvraag heeft u de volgende documenten nodig:

Format activiteitenplan
Format begroting

Ondertekenblad

De aanvragen worden beoordeeld op volgorde van binnenkomst. Niet volledige aanvragen kunnen binnen 10 dagen worden aangevuld. De datum van ontvangst van de volledige aanvraag geldt dan als datum van binnenkomst.

Loting
Er is subsidie voor tien bevoegde gezagen voor primair onderwijs en tien  bevoegde gezagen voor voortgezet onderwijs. Er wordt gestreefd naar diversiteit en regionale spreiding onder de aanvragen. Daarom zijn de bevoegde gezagen ingedeeld naar de categorie gemeente waarbinnen zij vallen: G4, G33 en Overig. Voor elke categorie wordt een beperkt aantal aanvragen toegekend. Als er meer aanvragen binnenkomen, dan wordt bij loting bepaald welke aanvragen worden toegekend.

Meer informatie
Meer informatie en de voorwaarden staan in de subsidieregeling. Heeft u vragen over de subsidie? Neem dan contact op met DUS-I.

Bron: DUS-I.