Loondoorbetaling zieke AOW’er definitief naar 6 weken

Vanaf 1 juli 2023 hoeft u het loon van een zieke AOW-gerechtigde werknemer nog maar zes weken door te betalen. De verkorte termijn geldt ook voor de re-integratieverplichtingen, het opzegverbod bij ziekte en het recht op een ZW-uitkering.

In 2016 werd de Wet werken na de AOW-gerechtigde leeftijd ingevoerd. Hieruit volgde onder andere dat werkgevers het loon van een arbeidsongeschikte AOW’er voortaan ‘slechts’ 6 weken moesten doorbetalen, in plaats van de reguliere 104 weken. Uit vrees dat de AOW’ers anderen op de arbeidsmarkt zouden verdringen, bepaalde een overgangsrecht dat de termijn voorlopig 13 weken zou blijven. Omdat die verdringing is uitgebleven, eindigt per 1 juli 2023 het overgangsrecht en gaat de wettelijke termijn van 6 weken in. De termijn van 13 weken blijft wel van toepassing op AOW’ers die al vóór 1 juli 2023 ziek zijn en tussendoor niet langer hersteld zijn gemeld dan 27 elkaar opvolgende kalenderdagen.

Soepelere re-integratieverplichtingen voor AOW’er
De termijn van 6 weken – of die van 13 weken voor AOW’ers die al vóór 1 juli 2023 ziek zijn – geldt ook voor de re-integratieverplichtingen. Voor een AOW-gerechtigde werknemer gelden soepelere re-integratieverplichtingen: een werkgever hoeft zich alleen te concentreren op de re-integratie van de werknemer in de eigen organisatie, dus niet (ook) bij een andere werkgever. Ook hoeft hij met de werknemer geen plan van aanpak op te stellen.

Verder is de verkorte termijn van toepassing op het opzegverbod tijdens ziekte. Dit houdt in dat een werkgever de AOW’er al na 6 (of 13) weken kan ontslaan, ook als hij nog ziek is. Eindigt het contract van de AOW’er tijdens de loondoorbetalingsperiode, dan heeft hij recht op een ZW-uitkering. Maar per 1 juli 2023 dus ook voor maximaal 6 weken.

ABP pensioenspreekuur

Veel informatie over uw pensioen vindt u op het pensioenoverzicht dat u jaarlijks ontvangt. Uw persoonlijk digitaal dossier op MijnABP sluit hierop aan. Op MijnABP kunt u ook zelf berekeningen maken en uw pensioen zelf samenstellen. U logt in op MijnABP met uw DigiD. U kunt ook bellen met de klantenservice van ABP.

Daarnaast organiseert Groenendijk Onderwijsadministratie in samenwerking met ABP regelmatig een pensioenspreekuur. Samen met u bekijkt de pensioenvoorlichter van ABP uw pensioensituatie. Hoe staat uw inkomen ervoor als u straks wilt stoppen met werken? Of als u arbeidsongeschikt wordt? Hoe staan uw nabestaanden ervoor als u zou overlijden? De pensioenvoorlichters helpen u met de keuzes die u kunt en moet maken.

Op woensdag 31 mei en maandag 19 juni zijn er weer videospreekuren met de pensioenvoorlichter van ABP gepland. Het videogesprek duurt ongeveer een halfuur tot een uur.

Aanmelden kan via deze link.

Aangifte inkomstenbelasting

Jaarlijks krijgen wij rond eind februari, begin maart vragen over verschillen tussen de ingehouden loonheffing en de verschuldigde inkomstenbelasting.

Percentage bijzonder tarief
Overeenkomstig voorwaarden van de Belastingdienst wordt het percentage bijzonder tarief gebaseerd op het inkomen van het voorgaande kalenderjaar. Het bijzonder tarief in 2022 is gebaseerd op het belastbaar inkomen van 2021 (bij de betreffende werkgever). In 2022 is er veel gebeurd rond de hoogte van de salarissen. Mogelijk is de loonstijging dusdanig dat men in een hogere belastingschijf komt. Op basis van het eerder vastgestelde percentage bijzonder tarief 2022 kan het zijn dat er te weinig loonheffing is betaald. Wanneer dit het geval is, dan volgt uit de aangifte inkomstenbelasting 2022 een naheffingsaanslag voor de te weinig afgedragen loonheffing in 2022.

Deze situatie kan zich ook voordoen wanneer je bijvoorbeeld meer gaat werken of meer bent gaan verdienen als gevolg van een promotie. Ook kan het zijn dat een werknemer nog extra inkomsten heeft, waar de werkgever geen rekening mee kan houden.

Extra loonheffing
De regel is dat bij de huidige werkgever het tarief voor bijzondere beloningen dient te worden gebaseerd op het loon van het voorafgaande kalenderjaar. De werknemer kan er de voorkeur voor hebben om bij voorbaat al meer loonheffing te laten inhouden, om te voorkomen dat er een naheffing volgt. Dit is toegestaan, maar de werknemer zal daartoe een schriftelijk verzoek moeten indienen.

Subsidie doorstroomprogramma’s PO-VO voor gelijke kansen aan te vragen

Met de subsidie Doorstroomprogramma’s po-vo voor gelijke kansen kunnen scholen de overgang van de basisschool naar de middelbare school voor leerlingen van laagopgeleide ouders verbeteren.

De subsidie is bedoeld voor leerlingen die op een hoger niveau kunnen presteren, maar minder ondersteuning of hulpbronnen hebben dan hun klasgenoten. Door deelname aan een doorstroomprogramma vergroten zij hun kennis en vaardigheden, zodat ze op het juiste niveau kunnen doorstromen.

Het bevoegd gezag van een van de po/vo scholen die deelneemt aan een samenwerkingsverband kan de subsidie aanvragen. De subsidie is €1.000 per deelnemende leerling, met een maximum van €124.000 per aanvraag.

Subsidie aanvragen kan vanaf 20 februari 2023 via de website van Dus-I. Meer informatie over o.a. de voorwaarden van een doorstroomprogramma en de verantwoording is ook te vinden op de website van Dus-I en in de subsidieregeling, de eerste wijzigingsregeling en de tweede wijzigingsregeling.

Bron: VO-raad.

Ophoging pensioenpremie 2023 door gestegen lonen in 2022

Een loonsverhoging heeft effect op de pensioenpremie, maar deze wordt pas verwerkt in de pensioenpremie in het jaar volgend op de loonsverhoging. Omdat de loonsverhoging in 2022 substantieel was, is het effect hiervan op de pensioenpremie 2023 forser dan in voorgaande jaren. Hier zullen schoolorganisaties rekening mee moeten houden in hun begroting voor 2023.

De verhoging van het pensioengevend inkomen is over het algemeen relatief gering, maar dit jaar is deze verhoging relatief hoog. Dit komt met name door het dichten van de loonkloof met het voortgezet onderwijs per 1 januari 2022. Als gevolg hiervan zijn de salarissen in het primair onderwijs fors gestegen, veel meer dan gebruikelijk. Dit heeft invloed op de verschuldigde pensioenpremie. En, omdat voor het werknemersdeel eenzelfde systematiek geldt, zullen ook werknemers dit ervaren.

Wat betekent dit voor de begroting 2023?
Om in de begroting 2023 rekening te houden met dit effect op de verschuldigde pensioenpremie, dient de pensioengrondslag in 2023 te worden verhoogd met circa 6%. Voor schoolbesturen die de NPO arbeidsmarkttoelage substantieel hebben toegepast in 2022, kan dit percentage hoger zijn (8-9%).

Hebben schoolorganisaties bekostiging ontvangen voor de dekking van deze verhoging?
Ja, in de cao-berekeningen (kosten en dekking) wordt rekening gehouden met de stijging van pensioenlasten als gevolg van een salarisverhoging. Daarbij wordt gemakshalve aangenomen dat deze stijgen in het jaar dat de salarisverhoging wordt toegepast, in het geval van het dichten van de loonkloof dus al in 2022. Dit is een van de redenen dat veel schoolbesturen hebben aangegeven in 2022 meer extra personele bekostiging te hebben ontvangen dan nodig was voor het toepassen van de CAO PO 2022 en CAO PO 2022-2023.

Mag je voor de lasten een voorziening vormen of een schuld opnemen?
De bekostiging die schoolorganisaties nu ontvangen is opgenomen in de lumpsum en moet worden verantwoord in het jaar van beschikken (dus 2022). De pensioenpremies 2022 worden niet aangepast, maar de percentages voor 2023 (extra) verhoogd. De accountant zal vermoedelijk concluderen dat er per balansdatum 31-12-2022 derhalve geen verplichting is en ook geen aanleiding om een schuld hiervoor op te nemen op de balans. Als iemand per 31-12-2022 uit dienst gaat komt er immers ook geen afrekening voor de pensioenpremies.

Zo nodig kunt u in overleg gaan met uw accountant/administratiekantoor. Schoolorganisaties kunnen wel een bestemmingsreserve voor pensioenlasten vormen, maar in vorige jaren gebeurde dat waarschijnlijk niet. Het is in ieder geval goed bovenstaande in de toelichting op de begroting te vermelden.

Een rekenvoorbeeld

Algemeen
De ABP-pensioenpremie (werkgever- en werknemersdeel) wordt berekend over de pensioengrondslag. De pensioengrondslag bestaat uit het pensioengevend inkomen verminderd met de AOW-franchise. Deze AOW-franchise houdt verband met de AOW die vanaf de AOW-leeftijd wordt ontvangen.

Voor het pensioengevend inkomen wordt uitgegaan van het inkomen van een werknemer per 1 januari van een jaar (peilmoment op 1 januari salarisrun januari) vermeerderd met toelagen die in voorgaand jaar zijn uitbetaald en een eventuele salarisverhoging die in het voorgaande kalenderjaar met terugwerkende kracht naar 1 januari van dat jaar wordt toegekend.

Bron: PO-Raad.

Onderhandelaarsakkoord CAO Kinderopvang 2023-2024

De onderhandelaars van BMK, BK, CNV en FNV hebben een akkoord bereikt over een sterke verbetering van de arbeidsvoorwaarden in de kinderopvang. De cao is afgesloten voor een periode van 18 maanden en loopt van 1 januari 2023 tot en met 30 juni 2024. Voor de periode van 1 juli 2024 tot en met 31 december 2024 gaat een overgangscao gelden.

CAO van de toekomst
Cao-partijen gaan volop aandacht besteden aan de CAO van de Toekomst. Er wordt getracht helder te krijgen of en op welke manier de cao onderwijs en kinderopvang op elkaar kunnen worden afgestemd, om interprofessioneel werken te bevorderen. De hervorming van het financieringsstelsel (bijna gratis kinderopvang per 2025) laat zien hoeveel waarde de politiek hecht aan de kinderopvang, een CAO van de Toekomst is hier een belangrijke voorwaarde voor.

Aantrekkelijk perspectief
De salarissen stijgen vanaf 1 april 2023 met gemiddeld 11,9%: in 2023 is dat gemiddeld 7,9% en in 2024 4%. Doordat er niet alleen een procentuele stijging is maar ook verhoging voor iedere salaristrede met een vast bedrag, stijgen lagere schalen sterker dan hogere schalen. Er ontstaat in 2024 een beter doorgroeiperspectief doordat alle schalen er twee treden bij gaan krijgen. Doordat in 2024 ook de eerste trede van een schaal komt te vervallen, wordt het voor starters aantrekkelijker om in de sector te gaan werken.

Samenvatting van de afspraken in het onderhandelaarsakkoord

  • De salarissen stijgen gedurende de looptijd van de nieuwe cao gemiddeld met bijna 12% (gemiddeld 11,9%, dat is in 2023 gemiddeld 7,9% en in 2024 4%).
  • Per 1 april 2023 stijgen de salarissen met € 150 bruto per maand bij een voltijdsalaris en vervolgens met 2%.
  • In juli 2023 ontvangen medewerkers € 525 eenmalig naar rato dienstverband. Heeft de medewerker naar aanleiding van de gedane oproep van BK en BMK in januari 2023 een eenmalige gratificatie ontvangen, dan wordt deze gratificatie in mindering gebracht tot een maximum van 300 euro.
  • Per 1 januari 2024 stijgen de salarissen met 2%.
  • Per 1 april 2024 stijgen de salarissen met 2%.
  • In 2023 en in 2024 kan een werkgever maximaal twee keer een gratificatie zoals bedoeld in artikel 5.9 van de huidige cao toekennen.
  • Het Levensfasebudget wordt geïndexeerd. Indexatie vind plaats gedurende een periode van maximaal 5 jaar.
  • De werkgever verdubbelt het aantal gestorte uren van de medewerker in het Levensfasebudget met een maximum van 6 uur per jaar. Cao-partijen evalueren na twee jaar het effect van deze afspraak.
  • Partijen stellen vast dat het verruimen van de bronnen voor het sparen in het Levensfasebudget (o.a. bovenwettelijk verlof, seniorenverlof en extra gewerkte uren/plusuren) wenselijk is en spreken af dat het Overleg Arbeidsvoorwaarden Kinderopvang (OAK) dit verder uitwerkt.
  • Het Levensfasebudget wordt overdraagbaar van de ene naar de andere werkgever. Onderzocht wordt hoe dit kan worden vormgegeven in de cao.

In het OAK spreken cao-partijen verder over alle overige inhoudelijke onderwerpen en leveren uiterlijk 1 juli 2023 hiervoor mogelijke cao-teksten aan.

De nieuwe thuiswerkvergoeding

Werkgevers kunnen vanaf 1 januari 2022 een thuiswerkvergoeding verstrekken.

Per 1 januari 2023 kunnen werkgevers maximaal € 2,15 per volledig of gedeeltelijk thuisgewerkte dag onbelast vergoeden aan hun werknemers. Er is een nieuwe gerichte vrijstelling voor deze vergoeding van thuiswerkkosten.

Werkgevers die de onbelaste vergoeding willen toekennen moeten wel aan de onderstaande voorwaarden voldoen.

  • De werkgever wijst de thuiswerkvergoeding aan als eindheffingsloon.
  • Het bedrag van de thuiswerkvergoeding is niet hoger dan € 2,15 per (al of niet gedeeltelijk) thuisgewerkte dag.
  • Een werkgever kan voor eenzelfde werkdag niet tegelijkertijd de vrijstelling voor een thuiswerkkostenvergoeding als de vrijstelling voor een reiskostenvergoeding woon-werkverkeer toepassen. Hij bepaalt de vergoedingskeuze.
  • Vergoedt de werkgever méér dan het maximumbedrag, dan zal hij het bovenmatige deel als loon bij de werknemer moeten belasten, of hij kan het ten laste van de vrije ruimte brengen door het aan te merken als eindheffingsloon.

Wanneer een vaste vergoeding wordt gegeven, dient er te worden uitgegaan van de 128/214-dagenregeling van de Belastingdienst. Zie hiervoor het Handboek Loonheffingen 2022, onder paragraaf 22.1.12.

Financiële ondersteuning voor verbeteren ventilatie

Met de winter in aantocht is het belang van een goed binnenklimaat in scholen weer extra actueel. Het ministerie van OCW heeft onlangs deze brief verzonden naar schoolbesturen die mogelijk in aanmerking komen voor financiële ondersteuning en hulp om de ventilatie in de school te verbeteren.

Er is financiële ondersteuning beschikbaar voor scholen waar de ventilatie moet worden verbeterd. Met de Maatwerkregeling ventilatie op scholen (voorheen SUViS-regeling) kunnen scholen een vangnetsubsidie aanvragen.

De vangnetsubsidie kan worden aangevraagd wanneer cofinanciering een te hoge drempel is en het gebouw tot de meest urgente gevallen behoort. De financiering is dan 60 procent.

Bron: ministerie van OCW.

ABP-premie werkgevers daalt in 2023

De definitieve ABP-premie voor 2023 is bekend. De premie voor het ouderdoms- en nabestaandenpensioen stijgt van 25,9% naar 27,9%. Toch daalt de premie die u als werkgever betaalt, omdat de VPL-premie (3,0% van het salaris) vervalt.

De premie die uw werknemers betalen, kan stijgen of dalen. Dit hangt af van het deel van het inkomen waarover zij premie betalen.

Lees hier het volledige bericht op de website van ABP.

In november 2022 geld voor cao-afspraken werkdrukvermindering

Het geld voor de bekostiging van de cao-afspraken over werkdrukvermindering in het voortgezet onderwijs wordt in november aan de scholen uitgekeerd. Voor de werkdrukafspraken is per 1 januari 2022 structureel 300 miljoen euro per jaar beschikbaar.

In de CAO VO is afgesproken dat dit in twee helften wordt gesplitst: 150 miljoen voor een collectieve aanpak (waarover leraren, ondersteunend personeel en schoolleiders met elkaar in gesprek gaan) en 150 miljoen voor individuele componenten (waarbij elke medewerker recht heeft op extra tijd voor taakverlichting).

De afspraken over werkdrukvermindering gelden per 1 augustus 2022. De bekostiging is echter voor heel 2022. Er is daarom een aanvullende afspraak gemaakt over de besteding van het geld voor de periode van januari tot en met juli 2022. Dit betreft eenmalig 175 miljoen euro. Afgesproken is dat dit op dezelfde wijze wordt besteed: de ene helft voor collectieve en de andere helft voor individuele besteding.

De middelen voor de bekostiging van de cao-afspraken over werkdrukvermindering zijn opgenomen in de Regeling aanvullende bekostiging strategisch personeelsbeleid, begeleiding en verzuim VO.

Bron: VOS/ABB.