Onderhandelaarsakkoord CAO PO 2019-2020

Inmiddels hebben alle achterbannen van de cao-partijen ingestemd met het gesloten onderhandelaarsakkoord voor een nieuwe cao voor het primair onderwijs. In dit onderhandelaarsakkoord zijn afspraken gemaakt voor een nieuwe CAO PO met een looptijd van 1 maart 2019 tot 1 november 2020.

In het akkoord zijn de volgende afspraken gemaakt.

Salaris
– Met ingang van 1 januari 2020 worden de salarissen van alle medewerkers structureel verhoogd met 4,5%.
– Met ingang van 1 januari 2020 vervalt de inkomenstoelage voor het onderwijsondersteunend personeel en is deze toelage verwerkt in de salaristabellen. Bij directies en onderwijzend personeel heeft dit in de vorige cao al plaatsgevonden.
– In februari 2020 krijgen alle medewerkers (met uitzondering van LIO-ers en stagiairs) die in januari 2020 in dienst waren, een eenmalige uitkering van 33% van het (verhoogde) maandsalaris van januari 2020.
– In februari 2020 krijgen alle medewerkers (met uitzondering van LIO-ers en stagiairs) die in januari 2020 in dienst waren, een eenmalige uitkering van maximaal € 875,- bruto naar rato van de betrekkingsomvang en duur van het dienstverband in januari 2020.

De salaristabellen per 1 januari 2020 vindt u hier.

Functies
Iedere werkgever heroverweegt zijn functiegebouw voor de OOP- en directiefuncties uiterlijk per 1 augustus 2020. Dit betekent dat verouderde functiebeschrijvingen worden geactualiseerd. Er moet een afweging worden gemaakt of nieuwe functiebeschrijvingen (inclusief bijbehorende waardering) nodig zijn en welke functies zullen worden gehanteerd. Besluiten hierover worden genomen na overleg met en met instemming van de P(G)MR. Dit proces moet voor 1 augustus 2020 zijn afgerond en uiterlijk per 1 augustus 2020 worden geëffectueerd. Het is ook mogelijk om dit proces eerder af te ronden en nieuwe functies eerder te hanteren. Er zijn voorbeeldbeschrijvingen beschikbaar, maar schoolbesturen kunnen ook hun eigen beschrijvingen (laten) maken middels FUWAPO. Mocht inschaling in de schaal bij de nieuw gewaardeerde functie leiden tot een lager salaris dan in de oude schaal, dan behoudt de werknemer het oude salaris (inclusief uitzicht). Werkgever en werknemer leggen afspraken hierover voor 1 augustus 2020 vast in een addendum bij de arbeidsovereenkomst.

Daarnaast worden er nieuwe salarisschalen voor directeuren en adjunct-directeuren ingevoerd. Uiterlijk per 1 augustus 2020 vervallen de oude A- en D-schalen. De directeur ontvangt naast het salaris in de nieuwe D-schaal niet nog een aparte directietoelage; deze zit verdisconteerd in het nieuwe maandsalaris.

Professionalisering
Elke werknemer in het OP en OOP heeft, naar rato van de werktijdfactor, recht op een individueel professionaliseringsbudget van € 500,- per jaar en 2 uren per werkweek om invulling te geven aan zijn individuele professionele ontwikkeling. Voor de jaren 2020 en 2021 wordt het individuele professionaliseringsbudget verhoogd met € 100,- per jaar naar rato van de betrekkingsomvang.

WNRA
Voor het openbaar onderwijs is dezelfde ketenregeling, inclusief de uitzonderingen, van toepassing als in het bijzonder onderwijs. De regelingen voor bovenwettelijke uitkeringen en de transitievergoeding zijn voor het openbaar onderwijs en het bijzonder onderwijs gelijk. Voor openbare besturen wordt overgangsrecht voor de RDDF-plaatsing in de cao opgenomen.

Van-werk-naar-werk en transitievergoeding
Bij een voorzien probleem met de formatie (in UWV-termen: er dreigt ontslag op bedrijfseconomische gronden), vindt altijd overleg plaats met vakbonden. In dit overleg maakt de werkgever met bonden afspraken over: vrijwillig vertrek, boventallig verklaring (wie is er boventallig?), duur van het sociaal plan (dus niet meer standaard 2 jaar), te nemen maatregelen voor van-werk-naar-werk-begeleiding en maatregelen ter bevordering van uitstroom uit werkloosheid (naar werk). Als het probleem cijfermatig niet zo groot is, neemt slechts een deel van de vakbonden deel aan het overleg.

Ontslagbeleid en werkgelegenheidsbeleid komen hiermee te vervallen. Ook de transitievergoeding bij ontslag op bedrijfseconomische gronden komt te vervallen.

Overige afspraken
Naast voorgaande afspraken zullen enkele hoofdstukken in de cao gemoderniseerd worden en zijn nog enkele overige afspraken in het akkoord opgenomen. Het volledige akkoord vindt u hier.

Deze cao vraagt van werkgevers dat zij nadenken over hun functiebouwhuis en de te hanteren functiebeschrijvingen met bijbehorende functiewaardering en dat zij hierin keuzes maken. Groenendijk Onderwijsadministratie beschikt over FUWA-gecertificeerde adviseurs en kan u hierbij ondersteunen.

Ook zal Groenendijk een Groenendijk Directie Informatieochtend (GDI) organiseren waarin wij u nader bijpraten over de wijzigingen in de nieuwe CAO PO en de gevolgen hiervan. Wij informeren u hierover later nader.

Een persoonlijk gesprek met een ABP-adviseur

Mogelijk heeft u (of uw werknemer) vragen over de individuele pensioensituatie, waarde-overdracht, arbeidsongeschiktheid, overlijden of pensioen na scheiding.

Hierbij kunt u gebruikmaken van het pensioenoverzicht van ABP, of MijnABP op www.abp.nl.

Mogelijk dat u (daarnaast) een persoonlijk gesprek wenst met een pensioenspecialist van ABP die uw persoonlijke pensioensituatie met u kan doornemen.

Groenendijk Onderwijsadministratie organiseert in samenwerking met ABP met regelmaat pensioenspreekuren.

Voor onze locatie in Beverwijk is er een spreekuur op dinsdag 21 januari en dinsdag 7 april 2020.
Voor onze locatie in Sliedrecht is er een spreekuur gepland op woensdag 4 maart 2020.

U kunt zich aanmelden via https://www.groenendijk.nl/dienstverlening/advies__beleid/abp_spreekuur.

Informatie over de leasefiets

Aan onze medewerkers worden de laatste tijd veel vragen gesteld over de leasefiets.

Een leasefiets is een andere constructie dan een fiets aanschaffen via het fietsplan. De constructie van de leasefiets laat zich goed vergelijken met de ‘auto van de zaak’.

Bij een leasefiets sluit de werkgever, per fiets, een overeenkomst met een leverancier. Hierin staat onder meer de hoogte van het maandelijkse bedrag en de duur van het contract.

Maandelijks betaalt de werkgever het afgesproken bedrag aan de leverancier. De medewerker krijgt maandelijks fiscale bijtelling, berekend op 7% van de adviesprijs.

Voorbeeld: waarde fiets € 3.000, bijtelling is 7% * 3.000 = € 210,- per jaar / 12 maanden = € 17,50 per maand.

De medewerker ontvangt geen reiskostenvergoeding meer en kan geen aanspraak meer maken op een (eventuele) uitruilregeling reiskosten.

Meer informatie is onder andere terug te vinden op www.leasefiets.nl en www.fiscfree.nl/leasefiets.

Een voordeel voor de werkgever is dat de kosten van een leasefiets niet ten laste van de vrije ruimte in de WKR komen.

Bij een fietsplan schaft de medewerker een fiets aan en declareert deze als cafetariaregeling, waardoor de aanschaf met de vakantie-uitkering of eindejaarsuitkering wordt verrekend.

BTW-plicht toezichthouders

De laatste weken ontvangen wij regelmatig vragen over de gevolgen van de uitspraak van het Europees Hof van Justitie voor de btw-plicht voor toezichthouders.

Wij hebben getracht dit in een schema weer te geven. Hierbij treft u een schema aan van:
– de regelgeving die geldt in 2019 na de uitspraak van het Hof;
– de regelgeving die geldt vanaf 1 januari 2020 i.v.m. de aangepaste wet- en regelgeving.

Schema vergoeding toezichthouders

Wanneer u kiest voor Opting In, moet u dit vóór de eerste betaling melden bij de Belastingdienst.

Toezichthouders die twijfelen of zij nog belastingplichtig zijn voor de btw, kunnen deze vraag voorleggen aan hun belastinginspecteur.

Winnaars BRAVO Bestuursbokaal 2019 bekend

Voila te Leusden (PO) en CSG Reggesteyn te Nijverdal (VO) zijn uitgeroepen tot de winnaars van de BRAVO Bestuursbokaal 2019 in het Primair Onderwijs respectievelijk Voortgezet Onderwijs. Dit is de prijs die Branchevereniging voor onderwijsbedrijfsvoering (kortgezegd: BRAVO) dit jaar uitreikte aan scholen die het Beste Bestuursverslag in het PO respectievelijk VO kunnen voorleggen.

Tijdens een feestelijke bijeenkomst op maandag 25 november 2019 werden de winnaars door de juryvoorzitter, de heer B. Vogels (Wijs Accountants), bekendgemaakt en ontvingen zij uit handen van de voorzitter van Branchevereniging BRAVO, de heer B.L. Groenendijk, de Bestuursbokaal voor het Beste Bestuursverslag 2018.

 

 

 

 

 

 

Lees hier jaarverslag van Voila. Het jaarverslag van CSG Reggesteyn kunt u hier lezen.

Wijzigingen in de WKR per 1 januari 2020

Met ingang van 1 januari 2020 zijn er twee aanpassingen in de WKR (werkkostenregeling) die voor u van belang zijn.

  • de forfaitaire of vrije ruimte wordt verruimd. Tot een fiscale loonsom van € 400.000 wordt de vrije ruimte 1,7% in plaats van de huidige 1,2%. Voor de fiscale loonsom vanaf € 400.000 geldt nog steeds 1,2%. Dit houdt in dat de vrije ruimte bij werkgevers met een fiscale loonsom van € 400.000 of hoger € 2.000 hoger wordt;
  • de vergoeding voor een Verklaring Omtrent het Gedrag komt niet meer ten laste van de vrije ruimte, maar valt onder de gerichte vrijstellingen.

Mogelijk geeft dit voor u aanleiding om arbeidsvoorwaarden voor uw personeelsleden op te stellen in de vorm van een cafetariaregeling / WKR-beleid of deze te herzien. Wij kunnen u hierbij ondersteunen en adviseren. U kunt hiervoor contact opnemen met onze adviseur Norbert Jaspers (085-0408723 / n.jaspers@groenendijk.nl.

PO – Materiële bekostiging 2020

De rijksvergoeding voor de materiële instandhouding van de scholen in het basisonderwijs, speciaal onderwijs en voortgezet speciaal onderwijs en samenwerkingsverbanden po en vo is gepubliceerd.

De bedragen van de bekostiging voor de materiële instandhouding is bijgesteld aan de hand van de werkelijke prijsontwikkeling 2018, zoals gepubliceerd in het Centraal Economisch Plan 2019, de geactualiseerde prijsontwikkeling in 2019 en de verwachte prijsontwikkeling in 2020, zoals gepubliceerd in de Macro Economische Verkenning 2020. Dit heeft voor 2020 geresulteerd in een verhoging van 1,60% ten opzichte van de bedragen voor de materiële instandhouding 2019.

De afzonderlijke bedragen van de programma’s van eisen zijn gepubliceerd in de Staatscourant van 9 oktober 2019.

PO – Modernisering Participatiefonds

Het onderwijs is eigenrisicodrager voor de werkloosheid en middels de premie die schoolbesturen aan het Participatiefonds (Pf) betalen worden de werkloosheidskosten collectief gedragen, mits is voldaan aan de complexe regelgeving van het Pf met navenante administratieve lasten.

Het Pf is bezig met het hervormen en verbeteren van de dienstverlening. Zij noemen dit de modernisering PF.

In overleg met OCW is besloten de oorspronkelijke streefdatum van de invoering van die modernisering te verschuiven van 1 augustus 2020 naar 1 januari 2021. Deze extra tijd is nodig om de zorgvuldigheid van het wetgevingstraject (aanpassingen in Wet PO en WEC) en de kwaliteit van onze dienstverlening te kunnen borgen.

Eén van de maatregelen die het Pf zelf inmiddels in gang heeft gezet is het vernieuwen van de re-integratieaanpak. Zij begeleiden uitkeringsgerechtigden op individueel niveau en bemiddelen bij vacatures in de regio. Daardoor helpen zij hen sneller aan een passende baan (binnen of buiten de sector), zodat de werkloosheidslasten omlaag gaan.

Daarnaast is het PF bezig met de opdracht om een nieuwe, eenvoudigere systematiek in te voeren voor het vergoeden van werkloosheidskosten. Hiermee kunnen de kosten ook eerlijker worden verdeeld.
Uitgangspunten bij de modernisering zijn:
– meer inzetten op het voorkomen van werkloosheidskosten;
– werkloosheidskosten beperken door inbouwen financiële prikkel;
– betere voorspelbaarheid in te verwachten vergoeding van werkloosheidskosten;
– vermindering van administratieve last.

Het zo vroeg mogelijk ingrijpen bij een dreigend ontslag wordt hiermee gestimuleerd. Dit vraagt van sommige schoolbesturen een andere benadering van hun personeelsbeleid en extra aandacht voor duurzame inzetbaarheid en van-werk-naar-werktrajecten.

De stap naar een andere baan is veelal gemakkelijker vanuit een werksituatie. Het Pf biedt straks ondersteuning om expertise in te schakelen en schoolbesturen op deze manier te helpen dit in hun organisatie te realiseren.

Ieder schoolbestuur heeft de verantwoordelijkheid om de eigen werkloosheidskosten beperkt te houden. Is ontslag toetsbaar onvermijdbaar, dan worden de kosten grotendeels vergoed door het Pf.

Na de modernisering betaalt het schoolbestuur altijd een eigen bijdrage in geval van een ontslag.

Standaard betaalt een schoolbestuur een eigen bijdrage van 50% van de werkloosheidskosten en wordt 50% vergoed vanuit het fonds. Dit geldt bij elk ontslag (einde dienstverband) dat tot werkloosheidskosten leidt. Een schoolbestuur hoeft hier verder geen vergoedingsverzoek voor in te dienen!

Voldoet het ontslag aan een van de beëindigingsgronden in het reglement en voldoet het schoolbestuur aan de inspanningsverplichting om het ontslag te voorkomen? Dan kan de werkgever een verzoek indienen om de eigen bijdrage te verlagen tot 10%.

Er gelden straks 5 ontslagsituaties waarbij een schoolbestuur in aanmerking kan komen voor een verlaging van de eigen bijdrage van 50% naar 10%:
1. ontslag via kantonrechter op persoonlijke gronden
2. ontslag via UWV op bedrijfseconomische gronden of in verband met ziekte
3. niet verlengen van een tijdelijk contract voor vervanging
4. beëindiging dienstverband d.m.v. een vaststellingsovereenkomst vanwege bedrijfseconomische noodzaak
5. beëindiging dienstverband op verzoek werknemer met recht op uitkering (bijv. omdat partner voor werk moet verhuizen door reorganisatie).

Als werkloosheidskosten aantoonbaar niet te voorkomen zijn, vergoedt het Pf dus 90% van de kosten en betaalt het schoolbestuur 10%.

Valt een beëindiging van het dienstverband niet onder bovengenoemde gronden, bijvoorbeeld een vaststellingsovereenkomst zonder bedrijfseconomische gronden, dan is de vergoeding vanuit het fonds altijd 50% en betaalt de werkgever 50% eigen bijdrage. Ook bij het aflopen van tijdelijke contracten anders dan voor vervanging geldt een standaardvergoeding van 50% en dus een eigen bijdrage van 50%. Daar hoeft de werkgever dan ook geen vergoedingsverzoek voor in te dienen.

Er zijn een aantal ‘uitzonderingsgevallen’ die nog moeten worden meegenomen bij het uitwerken van het nieuwe reglement. De verwachting is dat hier eind 2019 meer duidelijkheid over zal zijn.

Wanneer een bestuur een vergoedingsverzoek indient, wordt ook na de modernisering de inspanningsverplichting vereist dat het bestuur externe ondersteuning ter verkrijging van een andere werkkring (bijvoorbeeld outplacement) heeft aangeboden. De bedragen die hier nu voor gelden zullen vanaf de modernisering anders worden berekend. De precieze invulling van de inspanningsverplichting en de bijbehorende bedragen wordt op dit moment nog nader uitgewerkt.

Er komt voor de modernisering geen overgangsregeling. Uitgangspunt van het reglement is en blijft dat dit gekoppeld is aan de ontslagdatum. Ligt een ontslagdatum vóór 1 januari 2021, dan geldt het reglement dat op dat moment van kracht is. Ligt een ontslagdatum op of na 1 januari 2021, dan geldt het nieuwe reglement. Dit wil dus ook zeggen dat vergoedingsverzoeken op basis van de oude reglementen en de daaruit voortkomende beslissingen in stand blijven. Is eenmaal een vergoedingsverzoek toegekend op basis van de oude regels, dan zal de hoogte van de vergoeding dus niet wijzigen als gevolg van de modernisering.

Uiteindelijk kan de premie die een bestuur aan het Pf betaalt dalen. Dit zal echter niet direct met ingang van 1 januari 2021 gebeuren. De beschikkingen van voor 1 januari 2021 blijven gehandhaafd; de huidige populatie van werkloosheidsuitkeringen blijft voor de volledige vergoeding in aanmerking komen. Pas als deze populatie afneemt en de toekomstige populatie (vallend onder de nieuwe systematiek) in verhouding verschuift zal een premiedaling van toepassing worden. De premie wordt immers kostendekkend vastgesteld.

PO – Prijsbijstelling personele bekostiging PO 2018-2019

De Regeling personele bekostiging primair onderwijs 2018-2019 is voor de derde en laatste maal gepubliceerd. Deze regeling is ook van belang voor de samenwerkingsverbanden passend onderwijs vo, omdat zij te maken hebben met het voortgezet speciaal onderwijs, dat onder het primair onderwijs valt.

De personele bekostiging po heeft altijd betrekking op een schooljaar en wordt altijd driemaal vastgesteld: vóór aanvang van het schooljaar, kort na aanvang van het schooljaar en na afloop van het betreffende schooljaar. Hierdoor lopen de regelingen van diverse schooljaren parallel aan elkaar. In het najaar van 2019 verschijnt de derde en laatste versie van de regeling 2018-2019 én de tweede versie van de regeling 2019-2020. In de verschillende versies van de regeling worden onder meer ontwikkelingen in loon- en premiepeil verwerkt.

Op 17 september 2019 is de derde en laatste versie van de regeling 2018-2019 verschenen, versie één en twee verschenen op respectievelijk 20 maart 2018 en 30 augustus 2018.

De ophogingen in de tweede en derde regeling 2018-2019 zijn het gevolg van de volgende ontwikkelingen.
1. verwerking van de kabinetsbijdrage voor 2018 en 2019;
2. de oploop van het functiemixbudget;
3. de bijdrage uit het regeerakkoord ter verbetering van de arbeidsvoorwaarden van de leraren;
4. extra middelen voor de kleine scholentoeslag;
5. de extra middelen ter verlichting van de werkdruk;
6. middelen voor het bezoek aan het Rijksmuseum.

De derde en laatste versie van de regeling 2018-2019 leidt weer tot herziening van eerder afgegeven beschikkingen over het schooljaar 2018-2019. In de nu verschenen derde versie van de Regeling 2018-2019 luiden de percentages ten opzichte van de definitief vastgestelde bedragen voor het schooljaar 2017-2018 als volgt: leraren + 4,662%, oop en schoolleiding + 3,124% en personeels- en arbeidsmarktbeleid + 4,662%. In vergelijking met de tweede regeling 2018-2019 is de stijging 1,626%.

Op 25 maart 2019 werd de eerste versie van de regeling 2019-2020 gepubliceerd. Beschikkingen die de besturen ontvingen voor 2019-2020 zijn gebaseerd op de eerste versie van de regeling 2019-2020. In oktober 2019 wordt de tweede versie verwacht.

PO/VO – Verzuimonderzoek personeel 2018

Door DUO wordt jaarlijks onderzoek gedaan naar het (ziekte)verzuim van onderwijzend en onderwijsondersteunend personeel in het primair en voortgezet onderwijs. Dit gebeurt in opdracht van het Vervangingsfonds en het ministerie van OCW. DUO beschrijft in het onderzoeksrapport het niveau en de ontwikkeling van het verzuim aan de hand van vier verzuimkengetallen: het verzuimpercentage (VP), de meldingsfrequentie (MF), de gemiddelde verzuimduur (GZD) en het nulverzuim (NZ). Het ziekteverzuim in de sector primair onderwijs is in 2018 gedaald naar 5,9% ten opzichte van 6,0% in 2017. In het voortgezet onderwijs is het ziekteverzuimpercentage gestegen van 5,3% (2017) naar 5,6% (2018). U kunt het volledige onderzoeksrapport en de verzuimkengetallen 2016-2018 hier vinden.